donderdag 22 februari 2018

Carnaval voorbij......dus geen verklede zuster meer

Zoals de vaste lezers van het blog weten ben ik vrij herkenbaar als zuster. Een jurk, (dat heet een habijt) een kruis om mijn nek en sluier op mijn hoofd. Heel af en toe krijg ik de vraag of ik verkleed ben. Soms antwoord ik dan dat het geen carnaval is. Dat is namelijk de enige periode in het jaar dat ik me wel verkleed. Dan zie ik er dus niet uit als zuster, afgelopen carnaval was ik onder andere te zien als kok, dalmatiƫr en Japanse dame. Niet iedereen weet dat carnaval de tijd is voordat de vastentijd begint.
Carnaval komt van Carne Vale, wat vertaald betekent vaarwel aan het vlees. Vroeger werd er namelijk in de hele vastentijd geen vlees gegeten. Nu zijn er maar 2 dagen waarop volgens de Kerk echt gevast moet worden (als je tenminste katholiek bent), namelijk Aswoensdag en Goede Vrijdag.
Aswoensdag is de woensdag meteen na carnavalsdinsdag. Dan begint officieel de veertigdagentijd zoals de vastentijd ook wel genoemd wordt. Voor degenen die van rekenen houden een leuke opdracht: tel eens alle dagen tussen Aswoensdag en Pasen. Dat zijn meer dan 40 dagen. De reden hiervan is dat de zondagen niet meegeteld worden in de veertig dagen vasten. Zondagen zijn nooit dagen om te vasten omdat we op zondag altijd de verrijzenis vieren van Jezus. Pasen is het hoogtepunt daarvan. Dan wordt het mysterie van de Verrijzenis van Jezus Christus weer tegenwoordig. Dat betekent met een moeilijk woord dat tijdens het vieren van Pasen in 2018 we tegelijkertijd ook aanwezig zijn bij het echte moment van de Verrijzenis. Niet als iets van toen maar iets dat nu op dit moment gebeurt. De rest van het jaar is de zondag een herinnering daaraan. Heel belangrijk omdat zonder verrijzenis er ook geen leven na de dood zou zijn.
Soms vragen mensen of wij in het klooster ook aan vasten doen. Het antwoord is ja, maar niet zoals mensen denken. Zij denken terug aan hun eigen jeugd waarin ze snoepjes in een trommeltje deden en zich met Pasen helemaal ziek aten aan de gespaarde snoepjes. Maar vasten gaat niet om snoepjes in een trommeltje doen. Het gaat erom dat je iets opgeeft wat je leuk of lekker vindt. Dat kan inderdaad snoep zijn maar ook minder lang televisie kijken of de smartphone wat vaker uitzetten. Het idee is dat je stilstaat bij het offer wat Jezus voor ons bracht. Het geld dat je uitspaart door minder snoep of ander dingen die je lekker vindt te kopen of de tijd die je uitspaart door na de Luizenmoeder je tv uit te zetten is bedoeld voor God en je naaste. Je kunt dan het bij elkaar gespaarde geld aan een goed doel geven, zoals de Vastenactie, of je uitgespaarde tijd besteden aan gebed of bijvoorbeeld het bezoeken van iemand die eenzaam of ziek is.
In het klooster hebben wij geen vastentrommeltje om snoepjes in te doen, omdat we geen snoep kopen.  Niet omdat we zielig zijn maar uit keuze, uit trouw aan onze gelofte van armoede. We hebben door deze zelfgekozen gelofte van armoede geen eigen geld om te kopen wat we willen. Het is dus ook niet mogelijk om ergens op te besparen en dat geld aan een goed doel te geven. Als gemeenschap proberen we het hele jaar door al zo min mogelijk geld uit te geven om zo sober mogelijk te leven. We vertrouwen erop dat God ons datgene geeft wat we nodig hebben. En dat klopt elke dag weer, elke dag zorgt Hij voor ons. Vaak op manieren die we zelf niet eens verwachten en mooier dan we zelf hadden kunnen bedenken.
In de vastentijd staan we wat meer stil bij de relatie die we met God hebben. We zoeken Hem meer, het is een tijd van gebed en bezinning. Een tijd om mezelf af te vragen: zit ik nog wel op het goede spoor, waar kan ik verbetering aanbrengen? Wat hierbij heel erg helpt en wat de Kerk voor alle gelovigen aanraadt is een goede biecht. Niet als een straf maar als sacrament van verzoening. De biecht helpt ons om te kijken wat in mij veranderd moet/kan worden en maakt ons bewust dat God mij hierbij helpt. Hij is geen straffende God maar een liefhebbende God. En Hij laat ons dat onder andere weten in de biecht door ons te vergeven voor alles wat we niet goed gedaan hebben. Na die vergeving is je relatie met God weer verdiept en verbeterd.
Dit geldt natuurlijk niet alleen voor kloosterlingen. Alle christenen worden uitgenodigd om in de vastentijd weer dichter bij God te komen door gebed en bezinning.
Het verdiepen van de relatie met God in de vastentijd is niet voorbehouden aan kloosterlingen, het is voor alle christenen een tijd van gebed en bezinning. Zoals hierboven vermeld zijn er verschillende manieren waarop je dit kunt doen als je niet in het klooster woont. Wat geef jij op in de vastentijd en welke goede dingen komen er voor in de plaats? En hoe verandert dat je relatie met God?


Een aantal moeders, vooral met jonge kinderen, komt in de vastentijd voor een weekend bij ons. Ze gaan dan een weekend in stilte. We noemen dat moederretraite, een korte tijd die de moeders helpt om in het dagelijks leven bewust te zijn van de liefde van God.
Wij bidden voor hen en voor alle anderen in deze veertigdagentijd.

Gods zegen!

In een volgende blog meer uitleg over de vastentijd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten